Diep in de jungle

Selamat Datang op onze blog!

Tijdje geleden, véél gebeurd.

Cameron Highlands
Na foodmekka Penang gingen we dus met een minibus naar het ‘koelere’ Cameron Highlands.
Heerlijk om eens dat tropische, vochtige, verschrikkelijk hete klimaat te ontvluchten.
Een klimaat dat zich blijkbaar uitstekend leent voor allerhande plantages zoals theeplantages, aardbeien’farms’, rozentuinen, vlindertuinen etc.
Na onze aankomst in het goedkope, maar oké Twin Pines guesthouse deden we meteen een Country Side Tour om die verschillende plantages en ‘farms’ te bezoeken.
En dat deden we uiteraard (onbedoeld) in stijl, namelijk in een 4×4 met een Chinese privéchauffeur.
Die Chinese man was hilarisch, gaf altijd voor de hand liggende uitleg en zei altijd wanneer we een foto moesten nemen. “Okay, you take picture now, is very nice!” Ja, baas.

20130604-183626.jpg

Hij bracht ons onder meer naar de ‘Boh’-theeplantage dat in handen is van een Schotse familie. Best indrukwekkend om te zien, alleen zonde dat we beiden geen theefans zijn dus “you drink tea now” was ietsje minder. Thumbs up voor de ice tea wel!

20130604-183717.jpg

20130604-183731.jpg

20130604-183724.jpg

20130604-183738.jpg

Ook de vlindertuin, rozentuin, aardbeienplantage, bee’farm’ en wéér een tempel passeerden de revue. Ook daar mochten we – eigenlijk alleen ik – trouwens weer poseren voor een koppel Aziaten. Best sneu voor Stijn die enkel goed was als fotograaf. Voor mijn zelfvertrouwen daarentegen was het weer een topper. “You are soooo beautiful!”. Helemaal niet akward, helemaal niet.

20130604-183846.jpg

20130604-183855.jpg

20130604-183901.jpg

20130604-183909.jpg

20130604-183916.jpg

20130604-183925.jpg

Zoals jullie zien hebben we ons ook geamuseerd met te poseren naast enkele ‘monumenten’ zoals Sneeuwwitje, verlegen aapjes en een schoenhuis. Die kitsch mag uiteraard niet ontbreken!

Dag twee in de Cameron Highlands gingen we op ontdekkingstocht naar werelds grootste bloem, de Rafflesia. Weer met de 4×4, ditmaal met een andere chauffeur en in groep.
Die bloem zit dus verstopt in de jungle en is vrij uniek om te zien. Ze bloeit namelijk maar 7 dagen en sterft dan af waardoor de lokale bevolking continu op zoek moet naar nieuwe Rafflesia’s om toeristen te lokken.
Een stevige en gladde – jawel, het regent hier vaak ’s nachts – klim van een uurtje bracht ons tot de beroemde bloem.

20130604-184134.jpg

Ik had er in mijn hoofd weer een megabloem van gemaakt (hoe groot is de grootste bloem ter wereld? Een meter? Twee meter?) dus ik vond ze eigenlijk wat teleurstellend.
Maar iedereen was keienthousiast, dus zei ik ook maar “wow big!” hoewel ik ze voor al die moeite en zweet (!) toch maar klein vond. Maar ze was wel heel mooi en speciaal en toch een klein beetje groot enz … 🙂
Ach ja, oordeel zelf: (en indd wij hebben een plantenkroon op ons hoofd!)

20130604-184302.jpg

20130604-184307.jpg

20130604-184314.jpg

Nadien mochten we een demonstratie ‘blow pipe hunting’ van de orang asli (=lokale bevolking) bijwonen en uiteraard zelf proberen. Stijn was er natuurlijk weer keigoed in!

20130604-184403.jpg

20130604-184418.jpg

We beëindigden de dag met een korte stop aan het Mossy Forest en de Gunung Binchang (denk ik, of anders iets dat daar op trekt, anyway de hoogste berg daar in Cameron Highlands). Alweer een fijn dagje!

20130604-184507.jpg

Taman Negara

De dag erop was weer een hels verplaatsingsdagje. Eerst met de minibus naar Jerantut, om daar twee uur te wachten (we zijn nog steeds in Azië dus wachten om bizarre redenen hoort er helaas ook bij) om een bootje van drie (!) uur te nemen naar hét nationaal park van Maleisië, Taman Negara. Die boottocht was echt wel genieten, enkel de jungle rondom ons en af en toe wat lachen met badende waterbuffalo’s. Dat zwaar leven hier toch!

20130604-184610.jpg

20130604-184602.jpg

20130604-184619.jpg

Aangekomen in Kuala Tahan, de gateway voor Taman Negara, waar één ding duidelijk is: zweteuh.
Echt waar, het was daar niet eens zo warm maar we stapten 10 meter en we stonden nat in ’t zweet. Jullie favoriete zweters hebben zich dus weer van hun beste kant laten zien en gezweet dat het niet normaal was. Geen cm van ons lichaam dat niet doordrenkt was met zweet. Maar genoeg details over zweet!

Aangezien we niet zo’n junglelovers zijn, besloten we slechts een dag in Taman Negara te blijven. Erg productief dagje wel!
Eerst deden we de Canopy Walkway, die midden in de jungle is aangelegd en waardoor je hoog tussen de gigantische bomen kan wandelen. We hadden wel de pech dat we net na een groep bange Aziaten (Japanners? Chinezen? I can’t tell) kwamen waardoor het wat langer duurde dan normaal aangezien je maar met max 4 personen op zo’n platform mag staan.
Wel de moeite!

20130604-184712.jpg

20130604-184720.jpg

20130604-184730.jpg

20130604-184739.jpg

Nadien had ik het geweldige idee om de Bukit Indah te beklimmen, een volgens Lonely Planet korte klim van 3,5km. Waarom? Waarom? Waarom ik dat in hemelsnaam wilde doen, je ne sais pas, maar ik heb serieus afgezien! De eerst kilometers waren – uiteraard met het nodige zweet -doenbaar, maar de laatste 500 meter was een steile klim naar boven en dat was áfzien. Voor mij alleszins, Stijn leek er weer niet zoveel moeite mee te hebben, hoewel hij ook nat in ’t zweet stond. We bereikten de top, keken naar het ‘bwa bwa’-uitzicht, deden met koekjes weer krachten op en stapten weer een uur naar beneden. Eén keer, nooit meer!

20130604-184905.jpg

20130604-184916.jpg

20130604-184926.jpg

20130604-184940.jpg

20130604-184933.jpg

In de late namiddag gingen we nog naar de swimming area voor wat verfrissing en deden we een welkom dutje in onze hut.

20130604-185114.jpg

20130604-185105.jpg

’s Avonds aten we een zeldzaam goed curry’tje (Thais eten is nog steeds het best) in een floating restaurant op de rivier en maakten we ons klaar voor een Night Safari! Superrrrrcool. Twee uur lang zaten we op het dak van een 4×4 in een palmboomplantage met een gids dieren te spotten.
We hebben welgeteld één uil, wat vogels, koetjes, een vosachtig dier en een speciale kat gezien. Maar het deerde ons niet, we vonden heel het ‘we zitten ’s nachts op het dak van een jeep in de middle of nowhere’-gegeven al serieus de moeite. Zó fijn!

20130604-185232.jpg

20130604-185240.jpg

20130604-185246.jpg

20130604-185254.jpg

20130604-185306.jpg

Perhentians

De volgende dag (gisteren) waren we weer vroeg op voor een lange rit naar de Perhentian Islands (lees: afgelegen eilanden, wit zand, doorzichtige zee, aka paradijs). Uren in een te kleine minibus voor een grote groep en een verschrikkelijke speedboattrip naar het kleine eiland Kecil maakte van de verplaatsing een serieus hels tripje, maar we zijn er!!!
We installeerden ons in de Tropicana Inn (klinkt zoveel mooier dan het werkelijk is) en repten ons naar LA PLAGE voor dat laatste half uurtje zon.
Zalig zalig zalig!

20130604-185355.jpg

20130604-185410.jpg

20130604-185404.jpg

20130604-185417.jpg

Ook fijn voor het jongere volkje zoals ons, er zijn hier twee beachbars met fijne fireshows en eindelijk betaalbare drankjes!
Gisterenavond hebben we ons dus vooral geamuseerd (en gedanst! op het strand!) met de mensen die we hebben leren kennen op de minibus en wat andere buitenlanders zoals een Belg, paar Fransen, een Zweed, een Zwitser, een Nederlander … Kortom, Europees aangenaam gezelschap.

Jullie lezen het, we hebben hier een heel zwaar leven.
Op de Perhentians blijven we nu een aantal daagjes. Gewoon genieten en af en toe een snorkeltripje doen. Met die onderwaterkodak wordt dat ongetwijfeld de max! Nadien gaan we naar Kota Bahru van waaruit we vliegen naar Kuala Lumpur voor onze laatste dag.
Daar gaan we wellicht een hotel met zwembad boeken, om helemaal in stijl te eindigen. Gelijk hebben we, niet?!

20130604-185424.jpg

Hey, Ho. Lets Pai!

And so the travelling continues…

Exact een week geleden kwamen Berrie Waait en mezelve aan in het zogenaamde ‘hippiestadje’ Pai.
Ik verwachtte langharige Aziatische rastafari’s, maar niets van dat!
Het krioelde er van de normale, verzorgde Thaise toeristen.
Blijkbaar is het echt ‘hot’ om als Thai een paar dagen naar Pai af te reizen, aangezien het daar gevoelig ‘frisser’ is (we spreken hier nog steeds over 30 graden Celsius) dan in de rest van het land.
Het was dus echt koppenlopen in Pai en deze keer dus niet door de farangs.
Met als gevolg: veel vingerwijzerij en gegiechel achter onze rug. (Kijk, hoe wit!)
Maar het deerde ons niet, want het bleek echt een supergezellig dorpje.
Allemaal van die schattige winkeltjes, waar ik meermaals het beeld van die overvolle rugzak moest oproepen om alles binnen de perken te houden.
(@ de parents: verwacht binnen een maand ofzo een dik pakketje vanuit Thailand!
Uiteraard niet met souvenirs, wel met belachelijk zware dingen zoals die dure hikingshoes die we welgeteld twee dagen hebben aangehad. Enough is enough!)

In Pai (weetje: pai betekent ‘go’ in het Thais) kwamen we ook het leuke Australische koppel van de kookles weer tegen en dat eindigde uiteraard in een lange avond gevuld met de nodige pintjes en cocktails.

Rafting

Uiteraard bekloegen we ons dat overmatige drankgebruik de volgende ochtend toen we werden opgepikt voor onze tweedaagse raftingtrip. Burps!
Als er één ras op aard asociaal is, dan kunnen het volgens ons wel eens de Fransen zijn die met de prijs gaan lopen.
En rarara, het duo Mertens/Machtelinckx werd bijgestaan door vier echte fransoozen.
Gelukkig werden ze quasi verplicht Engels te praten, aangezien Mister Chai – de raftinggids – buiten ‘Je t’aime’ geen woord Frans verstond. Ouf!
Het raften was, zoals verwacht, WILD.

20111121-124950.jpg

20111121-125005.jpg

20111121-125032.jpg

20111121-125045.jpg

Maar niet alleen de wilde rivier maakte indruk, ook de prachtige natuur rondom ons viel erg in de smaak.
Bovendien sliepen we in een zelfgemaakt houten kamp, iets wat we dus ook alweer aan ons lijstje van unieke ervaringen kunnen toevoegen. Conclusie: aanrader!

20111121-125157.jpg

20111121-125210.jpg

20111121-125222.jpg

Antz invasion

De tweede dag arriveerden we in Mae Hong Son, dichter bij de grens met Birma kan je bijna niet komen.
Op aanraden van de raftingverantwoordelijke checkten we in het ‘Prince’s guesthouse’ in, wat achteraf een echte vergissing bleek.
Om 23u kwamen er immers in onze kamer langs alle kanten gigantische mieren op ons afgekropen.
Toen Stijn dat meldde aan de eigenaar – overigens een echte Britse zatlap – gaf deze gewoon een bus mierenspray en voegde er zelfs aan toe: ‘and dont forget to return that, people always steal those bloody things’.
Stijns moedige poging om de miereninvasie te stoppen mislukte grandioos.
Sterkers zelfs, volgens mij hadden de mieren zich vermenigvuldigd en hun vriendjes geroepen.
Kortom, in deze kamer konden we niet blijven!
De eigenaar weigerde om ons geld volledig terug te geven (i cannot find new customers that late), na lang discussiëren kregen we uiteindelijk 2/3de terug. Eikel.
Noodgedwongen klopten we bij een chique hotel aan. Het was dat of slapen op de straat aangezien alles al gesloten was.

Zozo, genoeg gezaagd.
De volgende dag huurden we een motorbike en verkenden we de ‘toeristische’ trekpleisters in de buurt.

20111121-130914.jpg

20111121-130928.jpg

20111121-130941.jpg

Mooi, daar niet van, maar na een dag hadden we het zo wel wat gehad in Mae Hong Son.
Bovendien viel heel het trekkingsplan in het water, aangezien de opties niet erg aanlokkelijk waren en er te weinig andere toeristen waren om de prijs mee te laten zakken.

Back to Pai

De volgende dag besloten we dus terug naar Pai te gaan, aangezien dat dorpje toch wel een klein beetje ons hart gestolen had.
Daar huurden we – voor de verandering – een motorbike, bezochten we een Chinese village, wat watervallen en een hot spring en aten we meermaals de overheerlijke Kao Soi noedels.

20111121-131318.jpg

20111121-131502.jpg

20111121-131513.jpg

20111121-131525.jpg

20111121-131335.jpg

20111121-131542.jpg

Overigens werd het hoog tijd voor Stijn om zijn uit de handgelopen baard en kapsel te laten verzorgen, aangezien hij stilaan begon te lijken op een van die rastafari’s die ik in het begin hoopte te zien in Pai.
Brachten dus een bezoekje aan de plaatselijk kapper en het resultaat mag er best wezen! Babyface is back in business 😉

20111121-132115.jpg

20111121-132130.jpg

20111121-132141.jpg

20111121-132152.jpg

Laidback Lampang
Na Pai namen we eerst een minivan naar Chiang Mai, om meteen de local bus naar Lampang (waar we nu zijn) in te kruipen. Inderdaad, er volgde een saaie dag van wachten en hobbelige busritjes!
Na zeven uur dropte de bus ons af in Lampang en checkten we in het Tipp Inn in, een guesthouse uitgebaat door een mooie, steeds lachende dame.
Vandaag zijn we van hieruit naar het Elephant Conservation Center gereden, een nationaal centrum voor gepensioneerde en mishandelde olifantjes.
Erg fijne dag!
In het park pikten we eerst een ‘educational show’ mee (onvoorstelbaar wat men olifanten kan aanleren) en zagen we nadien hoe de mahouts de olifanten een bad gaven.
Tot slot mochten we ook een kijkje nemen in het Elephant Hospital en Elephant Nursery, waar de tranen gevoelig in mijn ogen begonnen te prikken…
Echt zielig in welke toestand sommige olifanten zich bevinden.
Jammer dat de verzorgers geen Engels konden, want ik wilde wel weten wat de olifantjes overkomen was. Ik vrees dat mishandeling nog steeds een grote rol speelt 😦
Gelukkig worden ze daar goed verzorgd, althans die indruk hadden we toch…

20111121-134035.jpg

20111121-134055.jpg

20111121-134107.jpg

20111121-134119.jpg

20111121-134131.jpg

Plannen voor de komende dagen voor de cerjeuzeneuzemosterdpotten onder ons:
*morgen de bus weer op, ditmaal naar Sukhothai
*bezoek historisch park van Sukhothai
*de bus weer op, terug naar Chiang Mai
*het vliegtuig op naar Phuket (25/11)
*beachtime officially begins… Hmmmmmmmm!